2491 Wim Kan – De Radiojaren

Wie nog wel eens terugleeft in het verleden leest waarschijnlijk net als ik graag dagboeken en autobiografieën. Je komt zo dichtbij iemand die je alleen kent van zijn publieke optreden en met zo’n dagboek lees je je als het ware in, in iemands persoonlijke sores. En dat kan nogal behoorlijk verschillen van zijn publieke leven. Zulks is ook het geval bij Wim Kan.

We kennen hem allemaal van zijn oudejaarsconferences, maar daartussen speelt zich een heel ander leven af, van moeite, depressie, wanhoop en de behoefte om er elk moment mee te stoppen. Ik dacht dat hij zo’n beetje elk jaar wel het oude jaar deed maar dat is niet zo. Hij doet het vanaf 1954 om de twee jaar en na 1960 pas weer in 1963 en 1966. Dat is ook de laatste keer voor de radio. Al die tijd heeft hij een absolute aversie tegen televisie, die naar zijn zeggen een podium biedt aan de talentlozen. Zo heeft Frans Rühl ook zijn dagboeken ingedeeld, van 1957-1968 de Radiojaren en van 1968-1983 de Televisietijd, want uiteindelijk gaat hij toch.

Ik heb nu de Radiojaren gelezen en het is een feest om zo door mijn jeugd terug te bladeren. Het begint zo’n beetje met het kabinet de Quay (Lijmen Jan) en het kabinet Marijnen. De tijd waarin ik zelf met kinderpostzegels loop en op Prinsjesdag bij mevrouw Roeks aan het Arolsenplein naar de troonrede en de rijtoer kijk, waarna ik Nobby uitlaat.

Op het moment dat het dagboek begint timmert Wim Kan al 25 jaar aan de weg met zijn ABC-cabaret. Een gezelschap van mensen dat hij en Corry Vonk rond zich verzamelen. De rol van Corry is essentieel. Ze is zijn steun en toeverlaat, maar stuurt en drilt ook het hele gezelschap. Voor de pauze treedt het gezelschap op en na de pauze Wim Kan solo. Het hele jaar door. Pas na de tweede oudejaarsconference, in 1956, komt met een doorbraak het grote succes, maar de strijd om elke keer met een nieuw programma te komen vraagt alles en graaft diep. En altijd is er de zucht om ermee te willen stoppen: O, hadde ik maar twee levens, een om te werken en een om te leven.

Zo worden we mee teruggenomen naar de jaren zestig, de verkiezing van en de moord op Kennedy, de opkomst van Mies Bouwman met Open het Dorp, waar Wim Kan in vier gesprekken een ton bij elkaar belt en de val van Mies met Beeldreligie in Zo is het toevallig ook nog eens een keer. Hij maakt er een nummer van: Een ster ging te ver…

Het dagboek is ook leuk omdat zoveel sterren van later bij hem en Corry begonnen zijn: Jenny Arean, die haar artiestennaam van Corry Vonk krijgt, Frans Halsema, Marian Berk, Nelly Frijda, Carry Tefsen, Henk Elsink, Frits Lambrechts, Wieteke van Dort en ga zo maar door. En over elk van hen lees je zijn eerste indrukken, die lang niet altijd mals zijn.

Goed, een heerlijk boek dus en al die liedjes zitten nog gewoon in je hoofd: Kennedy, John Kennedy, lacht met z’n hele gebit, Waar gaan we in het nieuwe jaar naartoe, Twaalf miljoen oliebollen, oliebollen op aardgas (!), Wat een land, wat een land, dat dat allemaal maar kan, twaalf miljoen oliebollen dansen in de pan. De Dagboeken van Wim Kan zijn nog heel goed verkrijgbaar.

Ate W. Vegter, 29 maart 2022

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s