2498 Wim Kan, de televisietijd

Ik ben er wel een beetje verdrietig van, zoals het dan eindigt, zij eerst een attack en hij heel bang haar te verliezen omdat hij weet dat hij niet zonder haar kan en dan overlijdt hij toch eerst, terwijl zij tien jaar ouder is en er nog allemaal plannen voor nieuwe optredens op stapel staan. Het besef dat ze ouder worden en dat hun tijd voorbij is, is er al een paar bladzijden eerder: ‘twee wat zonderlinge ouden van dagen op een bankje van Nice. Twee mensen waar we vroeger zo om lachten…’ schrijft Kan berustend, hoe moeilijk hij het ook vindt.

Maar eindigt niet elk dagboek, elke biografie met het einde en de dood? Het is immers een beschrijving van het leven en daarmee is de dood onvermijdelijk geworden. Gelukkig kunnen we bij het begin beginnen en dan lezen we dat Kan zo’n echte radioman is dat hij er wel zeven jaar over doet voordat hij in 1973 voor het eerst zijn oudejaarsconference op de televisie doet. En meteen verpulvert hij alle kijkcijfers en krijgt hij de hoogste waardering ooit, om dat alleen zelf nog te verbeteren in 1976. De televisie is van hem en geeft hem zijn grootste successen ooit.

Het is toch al een grote triomftocht in dit tweede deel na De Radiojaren. Kan neemt afscheid van het ABC-cabaret en besluit alleen te gaan optreden. En dat gaat hem steeds beter af. Er zijn prachtige optredens en daverende avonden en hij wordt steeds meer overal herkend, waar hij bijzonder van geniet: ‘Bent u soms Wim Kan?’ ‘Nee hoor, dat ben ik altijd!’ Het is een wonder om er getuige van te zijn hoe nauwgezet hij al zijn optredens voorbereid en hoe precies humor luistert en hoe streng hij is voor zijn eigen grappen.

Hij heeft een hechte club van medewerkers om zich heen, met natuurlijk Corry Vonk als de spil van alles, Ru van Veen met wie hij de liedjes schrijft en meneer Van Liempt als zijn manager en Frans Rühl als zijn assistent en aan wie hij ook zijn dagboeken nalaat om ze uit te geven.

Hij ziet menig nieuw talent tot bloei komen: Jenny Arean, Frans Halsema, Paul van Vliet, Herman van Veen, Ramses Shaffy, Bram en Freek en het is heel erg leuk om te lezen hoe hij ze hun eerste voorzichtige of brutale stappen op het podium ziet zetten en daar zo zijn mening over heeft.

Verder ben je getuige van de grote strijd met het leven zelf van deze man, die zo goedlachs is op het podium en ook alleen maar leeft voor zijn optredens en zo gulzig slobbert van de roem, die hij ook kort en vergankelijk weet. En het is mooi om samen met hem die tijd van toen, van eind jaren zestig tot begin jaren tachtig door te lopen en te voelen, o ja, Anwar Sadat, het tweede kabinet Den Uyl, dat er niet kwam, Jos Brink met de oude koningin, en o ja, die innige band tussen Van Agt en Wiegel, die hij zo treffend paap en smulpaap noemt. Een heerlijk dagboek.

Ate K. Vegter, 5 april 2022

Advertentie

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s