2762 Alle beelden verdwijnen 15

Zijn vader was in zijn jonge jaren vertegenwoordiger in wijnen en limonades, eerst in Sappemeer, later in Apeldoorn en Rotterdam. Hij verkocht de sterren van de hemel samen met een collega en vriend, die op een zwarte dag noodlottig verongelukte, een van de verdrietigste verhalen uit de familiegeschiedenis, dat zijn vader eindeloos vaak vertelde als om de vriend weer tot leven te brengen. Er zat ook een zoet randje aan het verhaal, want de jonge weduwe kwam nog jarenlang met een met snoep gevulde handtas bij hen op bezoek, waarvan ze altijd hartelijk uitdeelde.

Uiteindelijk liep het niet goed af met de vertegenwoordiging in wijn. Er was gedoe in de kerk, een gezin met zeven kinderen is ook geen wandeling in het park en het rayon Groot Rotterdam, wat zijn vader moest opzetten, was misschien iets aan de ambitieuze kant. Zo ging hij zijn eigen handel opdrinken en raakte hij langzaam maar zeker aan de drank. Hij werd ontslagen, waarmee een van de moeilijkste perioden uit het gezinsleven aanbrak. Nog altijd vroeg hij zich af wat er gebeurd zou zijn als zijn vader net als zijn oom vertegenwoordiger was geweest in bedden en matrassen in plaats van wijnen en limonades, boerenjongens en reine claude, maar dat zal niemand ooit weten.

Via de kerk vond zijn vader snel weer een baan bij de Carrosseriefabriek W.G. van Steenis, aan de Willem van Hillegaersbergstraat, op de hoek van de Minstreelstraat, waar ze later naar de kerk gingen in het gebouw van de Zevendedagsadventisten, met voorin een groot zwembad voor de volwassenendoop, maar dat terzijde.

Hier werkte hij zo’n anderhalf jaar. Daarna vond zijn vader een baan bij Dehnert en Jansen (Deja), een groothandel in woningtextiel, midden in de stad, in het Groothandelsgebouw, waarvan Dehnert een van de initiatiefnemers was. Deja was de eerste die Jip en Janneke gordijnen op de markt bracht, die niet veel later ook bij  zijn zusje op de kamer voor de ramen hingen. En zijn broer maakte op zijn kamer van een hele berg stalen vloerbedekking een vrolijke engels-dropvloer, wat een mooi toeval was, want hij was gek op engels drop. Toch schaamde hij zich ervoor dat zijn vader nu geen vertegenwoordiger meer was, maar magazijnbediende, een schaamte die pas veel later zou wegebben met de tijd. Zijn vader zelf vond het allemaal prima. Hij had met achtentwintig jaar lang genoeg op de weg gezeten, vertelde hij aan iedereen die het maar horen wilde.

De nieuwe baan van zijn vader bracht ook een hele nieuwe wereld bij hen thuis, waar bijna alle kinderen op de een of andere manier mee in aanraking kwamen en van profiteerden. Zo was zijn vader, die met iedereen goed kon opschieten en altijd gemakkelijk en royaal in de omgang was, goed bevriend geraakt met een collega, waarvan hij op een goede dag een gitaar kreeg. Het was een spartaanse gitaar met stalen snaren, maar zijn broer wist er al snel geluid uit te krijgen en speelde eindeloos van de house of the rising sun tot en met country roads, waarmee hij niet alleen de meisjes het hoofd op hol bracht, maar ook zijn moeder aan het lachen kreeg.

Deja had ook een echte, actieve personeelsvereniging, Deja’s Ontspanningsclub DOC, waarvan meneer Peinemann de enthousiaste voorzitter was en zijn vader jarenlang de trouwe secretaris. Die personeelsvereniging organiseerde jaarlijks onder andere een groot Sinterklaasfeest, waar zijn jongste zusje naartoe mocht. Hij zag haar op de foto’s nog zo voor zich met grote ogen in een blauwwit gespikkelde trui enthousiast sinterklaasliedjes zingend tot de goedheilige eindelijk zou binnentreden.

Met kerst en pasen werden er altijd klaverjasavonden georganiseerd, met kalkoen, kip, eieren en nog allerlei andere prijzen, waar hij samen met zijn vader naartoe mocht. Het was niet altijd gemakkelijk om met zijn vader te spelen, want die had een fenomenaal fotografisch geheugen en wist altijd precies welke kaarten gespeeld waren: ‘Hoe kun je dat nou doen jongen, je weet dat die aas er nog in zit!’ kaartte hij dan na alsof dat inzicht voor iedereen vanzelfsprekend was. Hijzelf was al blij als hij zijn eigen kaarten een beetje op orde kreeg en een slag wist te winnen. Toch waren het hele gezellige avonden en hij genoot ervan hoe gemakkelijk zijn vader met al die verschillende collega’s omging en ook tussendoor nog allerlei verhalen wist te debiteren. Zo vervloog de tijd, totdat zijn vader door het zware werk en de alcohol in de WAO raakte en opeens hele dagen thuis zat. Hij vermaakte zich altijd gemakkelijk, liet zijn baard staan, ging duiven houden en collectes organiseren. Hij zat uren aan de telefoon en bracht zo nieuwe vriendschappen in huis, waarmee ook weer eindeloos geklaverjast kon worden, soms tot stille wanhoop van zijn moeder, die ook wel zag dat zijn vader ervan genoot, maar het niet altijd kon opbrengen altijd maar vreemden in huis te hebben. Zo vervloog de tijd als een troep overvliegende ganzen die je uiteindelijk toch altijd uit het oog verliest.

Ate Vegter, 21 december 2022

Advertentie

3 Comments

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s