2764 Alle beelden verdwijnen 16

Over het Groothandelsgebouw in Rotterdam wist hij nog een bejaarde grap: een Amerikaan komt aan op het Centraal Station en vraagt een taxichauffeur om hem in de stad wat rond te rijden. De chauffeur is een echte Rotterdammer en trots op zijn stad. Hij rijdt naar het Hofplein, langs het stadhuis, de Bijenkorf met het Ding van Naum Gabo, over de Maasbruggen naar zuid en weer terug door de Maastunnel, langs de Euromast. Hij vertelt overal wat bij, maar de Amerikaan lult alleen maar dat alles in Amerika groter en langer is. De taxichauffeur krijgt de pest in en rijdt naar het Groothandelsgebouw, maar zegt niks. De Amerikaan vraagt: ‘Wat is dat voor gebouw?’ Nu zegt de Rotterdammer: ‘Oh, geen idee, dat stond er gisteren nog niet!’

Het Groothandelsgebouw had hij altijd al imponerend gevonden, met zijn binnenstraten en de vrachtwagens die er naar binnen reden en zomaar in het gebouw verdwenen alsof het een spons was. Sinds zijn vader er werkte was hij er vaak geweest. Hij mocht mee naar klaverjasavonden en andere feestelijke gebeurtenissen en af en toe kwam hij ook bij zijn vader op de werkvloer om iets te halen of te brengen, hij wist het niet precies meer, maar kon zich de geur van vloerbedekking en meubelstof nog altijd goed herinneren, een zware geur die lang in je neus bleef hangen, ook omdat de lucht daar vol vezels zat. Je moest er niet allergisch zijn, want dan kon je er geen dag werken. Hij had er zelf ook ooit een keer vakantiewerk gedaan, op voorspraak van zijn vader, maar dat betaalde zo slecht dat hij zich afvroeg wat zijn vader zelf eigenlijk verdiende, terwijl hij zich daar normaal nooit over bekommerde. Ook ging hij een enkele keer met zijn vader een hapje eten bij Restaurant Engels, precies op de andere hoek van het gebouw, aan de kant van het Stationsplein. Waarom zijn vader dan niet thuis at wist hij ook niet, maar ze konden er samen wel van genieten. Het eten was heerlijk en de bediening altijd stijlvol. Wel bedacht hij dat het ook leuk zou zijn als zijn vader en moeder daar samen zouden eten, maar dat gebeurde nooit. Als ze met het gezin uit eten gingen, kwamen ze nooit verder dan de Chinees op de Kleiweg.

Anyway, de tijden veranderden en het Groothandelsgebouw vloog op een zwarte dag in de fik en toen verhuisde het werk eerst naar het RAC-gebouw op het voormalige Heliport-terrein, waar hij in zijn jongste jaren, toen ze in 1961 nog maar net in Rotterdam woonden, nog helikopters had zien opstijgen, waar hij direct wel mee wilde meevliegen, maar wat er natuurlijk nooit van gekomen was, zoals de meeste van zijn dromen nog steeds dromen waren en dat ook voor altijd zouden blijven.

Later verhuisde het Deja-magazijn naar Vlaardingen, waar hij ook een paar keer geweest was, alsof hij zijn vader niet de hele dag kon missen als die naar zijn werk was. Zijn vaders collega Chris van Leeuwen kwam hem elke morgen om half acht ophalen met de Hanomag en bracht hem meestal rond zes uur weer thuis, maar soms gingen ze eerst naar de kroeg en dan kon het tot afgrijzen  van zijn moeder gemakkelijk laat en dronken worden.

Een enkele keer mocht hij ook met zijn vader mee naar het café. Hoe dat dan precies was gegaan, wist hij nu niet meer, maar hij herinnerde zich nog levendig dat ze samen in café De Rustende Jager op de hoek van de Bergweg en de Insulindestraat zaten. Het was een mooi authentiek café, met een biljart en een jukebox, druk en gezellig, zeker zo aan het eind van de vrijdagmiddag, op de dag dat iedereen zijn loonzakje had gekregen, begin van de avond, wanneer nog niemand naar huis wilde. Zijn vader zat aan een tafeltje eindeloos te klaverjassen en wond zich zoals altijd op over verkeerde of te laat gespeelde kaarten en hijzelf hing wat rond bij de jukebox, waaruit hij steeds opnieuw Brandend Zand van Anneke Grönloh liet opklinken, zo lang hij kwartjes kon versieren bij de andere klanten en ze niet helemaal gek werden van die Anneke met haar zwarte Dino, die Nina wilde, die met Rocco was verloofd, en toen die dooie Rocco werd gevonden werd zijn onschuld niet geloofd, ja, brandend zand en een verloren land en een leven vol gevaar, berooft je bijna van ’t verstand en dat alles komt door haar. Hij was nog te jong om het allemaal te begrijpen, maar zou toch graag zo’n gevaarlijk en liefdevol leven leiden als die zwarte Dino, die zijn rivaal in de liefde met gemak omlegde, terwijl hij in het echt nog geen meisje durfde aan te kijken.

Afijn, op een gegeven moment was het natuurlijk toch genoeg geweest en gingen ze maar weer op weg naar huis, over drank achter het stuur hoorde je in die tijd alleen achteraf als het kwaad geschied was en als ze dan veel te laat voor het eten thuiskwamen, serveerde zijn moeder hen beiden met een ijzige blik een heerlijke stamppot boerenkool of rauwe andijvie met spekjes en rookworst, wat hij ook onder deze gevoelige omstandigheden nog altijd het lekkerste eten vond wat er bestond, al at hij ook graag macaroni met ham en kaas, erwtensoep met roggebrood en spek of kapucijners met spekjes zoals ze die op zaterdag tussen de middag vaak aten, waarbij hij dan onder het eten de spekjes verzamelde in een plastic zakje zodat hij ze later op de middag tijdens het bezorgen van zijn krantenwijk van de Rotterdammer een Gezellige Krant kon oppeuzelen. Zo ging dat eindeloze leven altijd maar door alsof er nooit een einde aan kwam, terwijl het nu toch allemaal voorbij was en vergeten.

*

De Hanomag

Mijn vader rijdt een Hanomag
al eeuwen
geleden lijkt het
zijn collega heet Van Leeuwen

zij gaan er mee aan ‘t werk
en naar de kroeg
komen laat ’s avonds terug
vertrekken ’s morgens vroeg

Ate Vegter, 23 december 2022

Advertentie

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s