1484 De sneeuw valt

Ik sluit de deur van de trap achter mij en klim naar boven. Het is een vaste trap, de hoogste in dit huis, naar de vliering is alleen een losse ladder, die altijd in de weg staat. Later zal de vliering helemaal dicht gemaakt worden en zal er een vlizotrap komen, maar wat doet het ertoe, ook later is alweer voorbij.

Ik blaas in mijn knuisten om de kou te verdrijven. Het is op zolder nog kouder dan op de overloop. Eigenlijk is het alleen warm in de achterkamer, waar de kolenkachel staat en op zondag ook in voorkamer, want dan en alleen dan brandt daar de gashaard. Hij gaat aan na afloop van de kerkdienst. Ik hoor het eenzame echoën van het knallen van de ontsteking nog steeds in mijn hoofd.

Hier op zolder zijn vier kamers, voor mijn zusje, mijn broers en mij. De kleinste voor de kleinste, dat ben ik. Ik loop naar de wastafel, waarvan mijn vader het water heeft afgesloten omdat het anders maar zou bevriezen en wie wil er een kapotgevroren waterleiding? Op het zolderraam van de overloop staan bloemen. Ik blaas erop en veeg een gaatje. Buiten ziet de wereld eruit alsof hij strak getekend is, met een amper zichtbaar dun laagje sneeuw, zo weinig dat het ijs nog zwart is en de sporen van de schaatsers als waaiers achter elkaar aan vliegen.

Mijn kamer heeft geen raam naar buiten en is altijd donker, behalve wanneer ik het licht aan doe waarvan het knopje aan de buitenkant van de deurpost zit. Wel is er een raam naar de kamer van mijn broer, waar een gordijn voor hangt. Wanneer hij op zijn kamer is schemert het hier.

Links heeft mijn vader een hoog bed ingebouwd tussen de kraan en de kleine lage wastafel, zo eentje die je wel ziet in het natuurkundelokaal. Dat moet ook het idee van mijn van vader geweest zijn, want onder het bed zit ook een gaskraan, die ik af en toe sissend open draai om te weten of ik nog besta. Wanneer de gaslucht te heftig wordt, draai ik hem weer dicht en zwaai ik met mijn armen alsof ik langs de weg sta bij een ongeluk.

Achter mijn bed hangt een gordijn en daarachter mijn kleren. Ik kan mij van spullen verder niets herinneren, maar wel de alomtegenwoordigheid van muziek. Op de vensterbank van het tussenraam heb ik met viltstift mijn helden geschreven: Wilson Picket, Rolling Stones, Kinks, The Golden Earrings. Aan de schuine wand boven mijn bed zie ik ze ook op de glanzende posters uit de Muziek Express. Ik pak een trui vanachter het gordijn en kruip in mijn bed. Onder mijn kussen ligt mijn radio. Ik zet hem aan en zacht. De knetterende klanken van Radio Veronica schetteren krakend naar mijn oren. Oortjes hadden we nog niet, wel veel goeie muziek. De kou laat zich langzaam verdrijven, maar kruipt via mijn oren weer naar binnen met Adamo: Tombe la neige, tu ne viendras pas ce coir…

Ate Vegter, 26 juli 2019

Hoe wij onze tijd verbeuzelen:
www.atevegter.wordpress.com/284

1484a.png

1 Comment

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s