132 Halloween – 2

Waar is de zon? Ik had nooit gedacht dat een mislukt liedje van Willeke Alberti ooit nog zo actueel zou zijn als vandaag. De zon heeft haar belofte niet waargemaakt. Ze zou komen toch? Ze werd in ieder geval verwacht vandaag. En vanmorgen kon het nog. Toen was het grijs en mistig en niets is veelbelovender dan een vale grijze mist in de ochtend, wanneer de dag nog maar net ontwaakt is en de koffie nog in haar kamerjas zit, zoals het oude lied leert:

O, klaag toch niet
Als nevel vroeg de morgen grijst
Want des te schoner is de dag
De dag die daar uit rijst
Klaag niet

Het is een canon die wij op de kweekschool van juffrouw Augustijn leerden en die wij eindeloos tegen elkaar inzongen, tot wij beseften dat ook de zon net als vandaag haar eigen geheime gang heeft en gaat, en dan kun je wel zingen tot je een ons weegt, maar het helpt geen zier, maar dat terzijde.

Het is de dag na de vorige avond zoals elke dag dat is. We zitten er onbekommerd bij en genieten nog na van de donkere tocht en de helle schrik van griezelige spoken en gierende cirkelzagen. Want wat was het donker en eng. Sofieke gaat volgend jaar zeker niet mee, beweerde zij vanmorgen al in alle vroegte, het was haar veel te eng, behalve de slagerswinkel, die vond ze heel erg leuk. Dat verraste mij, want ik dacht dat kinderen dat juist heel eng zouden vinden, net als ik zelf, maar zij vond het heel grappig al die afgezaagde vingers, al vond ze het jammer dat ze zoals anders bij de slager, geen plakje worst kreeg. Nee, de schrik kwam er eigenlijk goed in op de momenten daarvoor in die nauwe steeg achter de tuinen langs, tussen het Zuideinde en het Prooyen, dat smalle achterom zonder naam van het Galgenriet naar de Zuideindermolensteeg, bij de Lutherse Kerk, waar in het groene gras de wrede afslagter huishield met zijn vingerfood en beenham. Het lijk onder het laken leek bedrieglijk echt, en dat is niet echt echt en het bloed was te rood, dat wisten we allemaal zeker, maar het kwaad was al geschied en greep om zich heen en zodra het een der kinderen in zijn greep had, durfden ook de tot dan toe zo moedige anderen niet verder. Er werd een mooie aftocht geblazen.

Eindelijk thuis, in de veilige kamer met alle geween van Halloween buitengesloten in de buitenste duisternis en de wijn fonkelend in het glas. We toostten op de goede afloop en genoten van de tot rust gekomen spelende kinderen in de voorkamer die nog wel even op mochten blijven omdat wij niet wilden dat zij nu al te bed gingen en enge dromen dromen. En de verhalen kwamen los en het bloed werd weer tot schmink en er werd weer gelachen en het kwaad overwonnen en er werd nog een fles opengemaakt en nog meer gedronken en we vergaten te eten, zo gezellig was het en toen de gasten vertrokken waren en de kinderen naar bed, toen restte nog rust, want de televisie bood een te grote keuze uit horrorfilms, waarvan we er gisteren al één en dat is één teveel gezien hadden.

Ate Vegter, 1 november 2015

Advertentie

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s