229 Nog meer Aarde

De prunussen staan in bloei. Allebei. Als Jansen en Janssen staan zij in de tuin te wachten, uitkijkend naar de lente en ondertussen prachtig roze uitlopend, of meer paars eigenlijk, iets daar tussenin. Het is februari en fris, maar niet koud. Het waait hard, maar de natuur grijpt haar kans en loopt op de zaken vooruit, doet alsof het al lente is. Normaal bloeien de prunussen in april. Soms, als ze heel vroeg zijn in maart en nu in februari. Wij zien geen enkele aanleiding om voorbereidingen te treffen voor een Elfstedentocht, voor nog geen tochtje op de Gouwzee zelfs. Het gaat niet meer winteren. Het is voorbij en dat is maar beter ook, want anders zal alles kapot vriezen. Is het gewoon een zachte winter of is het de opwarming van de aarde. En hoe belangrijk is dat. Honderd jaar geleden, in 1916, hielden de dijken het niet meer en overstroomden belangrijke delen van Waterland. Ja, dan moet je het ook maar geen Waterland noemen zal je zeggen en daar zit wel wat in maar aan de ander kant, aan dat soort wijsneuzigheid heeft niemand iets. De vraag is wel, wat gaan we nu doen? De sneeuwklokjes komen op en de krokussen en ook de narcissen zijn al begonnen aan hun buitenaardse reis. Dus wat doen we dan met onze eigen tuin? Laura heeft de koe bij de horens gevat en gisteren gekozen voor een rigoureuze voorjaarsaanpak. Na een paar uur hard werken lag het gras vol met geveld kruid en onkruid. Of ik even wilde helpen met een paar vuilniszakken. We hebben alles voor verzending klaargemaakt. Het ligt nu te wachten in de steeg, tot het woensdag opgehaald wordt door onze geliefde gemeente.

– Wil je ook nog wat tuinaarde halen bij De Jong? Doe maar vijf zakken, eh, nee tien denk ik.

Zo stond ik op zondag mijn fiets op te laden met zware zakken aarde.

– Wel betalen, hè! riep buurman Emiel vanuit zijn Japanse bolide en even later waarschuwde ook Leonard mij voor kwade inblazingen:

– Niet stelen, hè? lachte hij.

Wel jammer dat ze het zagen anders had ik mijn slag kunnen slaan, maar zo krijgt het kwaad natuurlijk geen enkele kans. Gelukkig heb ik daar met meneer De Jong hele goede afspraken over gemaakt en hoeft niemand zich ongerust te maken over mij zielenheil. Bovendien had ik alle aandacht nodig bij het vervoer, want ik wil bij zo’n klusje altijd de grenzen van het mogelijke opzoeken. Ik weet niet waarom dat is, maar ik begon met twee of drie zakken van 30 liter en de laatste lading was toch echt vijf zakken in één keer. Maar toen was het ook gedaan: de tuin weer opgehoogd en lenteklaar. Al moet ik zeggen, je kunt nog zoveel nieuwe aarde in je tuin storten, als je twee keer met je ogen knippert zie je er niets meer van. Maar ja, dat is eigenlijk met alles zo, je ziet het alleen als je het niet doet.

Ate Vegter, 8 februari 2016

 

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s