1134 Lost in Translation

We zitten in één van de hoogste hotels van de stad en omdat het een vrolijk vleugeltje bovenop heeft kun je het al van ver heel gemakkelijk zien. Dat is handig en het is ook leuk om een keer zo dichtbij de hemel te logeren. Veel dichterbij zit ervoor mij niet in. Dat hoeft ook niet want zo hoog heeft ook nadelen. Ik sta op het balkon en kijk over de stad en de zee. Het is onvoorstelbaar dat op deze stranden ooit de bloedigste gevechten hebben plaatsgevonden, maar de tijd dat de taxichauffeurs nog Engels spraken omdat ze zij aan zij met de Amerikanen hadden gevochten tegen de Viet Cong is allang voorbij. Wel herken ik in veel jongensgezichten de trekken van de figuranten van inmiddels oude Vietnam-oorlogsfilms. Ik kijk naar de lucht en de wolken. Dat gaat nog. Dan kijk ik voorzichtig naar beneden. Mijn maag trekt zich samen. Alles rond mijn middenrif komt in verzet terwijl ik ook krachten voel die mijn van het balkon trekken, de diepte in. Ik denk aan de mensen die op 11 september 2001 door het vuur gedreven naar beneden sprongen. De hel op aarde. Ik voel een fundamentele angst. Niet zo zeer om te vallen, maar om hier altijd te moeten blijven. Mijn geblokkeerde creditcard draagt daar zeker aan bij. Ik heb er nachtmerries van: ik ijl beladen met koffers door eindeloze gangen zonder ramen of deuren. Ik zou verdwijnen in het niets wanneer het gebouw zou instorten en ik zou verdwijnen in alles wanneer ik onverhoopt niet meer terug zou kunnen naar Waterland. Hoe vriendelijk iedereen hier ook is, ik zou er nooit kunnen aarden. Ik moet er niet aan denken. Hoe lang ik hier ook zou wonen, ik zou op straat altijd gezien worden als een wandelende westerse portemonnee op zoek naar eten en souvenirs. En al voel ik mij met mijn zwarte haar thuis tussen de andere zwartharigen, ik word nooit een van hen. Ze zijn niet anders. Ik ben anders. Mijn nieuwsgierigheid wint het van mijn angsten, maar je moet het lot niet tarten, zei mijn goede vader altijd.

Ik ben hier onbeschrijfelijk anders. Het eten, de taal, de wandeling, de alomtegenwoordige plakhitte, de winkels, een welkome bries, het leven op straat, met het altijd doorrazende verkeer van scooters, bussen en taxi’s op de achtergrond en voor je voeten de levendige handel in snuisterijen en sieraden, spinners, petjes en hoedjes, slippers en bikini’s, zonnebrillen, oplaadbare handventilatortjes, waterdichte iPhonehoesjes, waaiers, koffers, tassen, koffie, water, bier, sugar cane juice, groente en fruit, stinkende doerians, zware kokosnoten, pannenkoekjes, sigaretten, soep, snoep, chips, cake, limonade, schrapijs, ijs, verrukkelijke saté, levende vissen en schaaldieren in overvloed, haarvlechterijen en voet- en bodymassages, beide heel erg lekker, ik loop als een giraf door deze niet aflatende Vietnamese heksenketel, stampend in haar eigen 24-uursritme. Gelukkig is de taal van emoties en gebaren gelijkvormiger. Blije mensen, vrolijke mensen, ruziënde en onderhandelende mensen, strakke en ontspannen gezichten, oudere mannen en vrouwen, vrolijke jongens en dartele meisjes, kinderen aan de hand, een duim omhoog, een V-teken, een Namasté, een zwaaiende hand, een buiging, een knikje, een lach en een glimlach en ik voel het wel zo’n beetje aan. Heimwee is niet alleen pijn, het is ook voorpret en drang en verlangen. Vietnam is een prachtig land, met heel veel fijne en vrolijke mensen, waarvan er nu één kleintje naast mij zit. Zijn naam is Gij.

Ate Vegter, 18 augustus 2018

http://www.atevegter.wordpress.com

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s