1448 Terug naar Madame Tussaud

Mijn broer en zijn vrouw komen gezellig langs op zondagmiddag, ter viering van onze verjaardagen, die van mijn vrouw en mij. Het is gezellig en we drinken buiten thee. Ze hebben leuke cadeautjes bij zich: een fles wijn en een krant voor mijn vrouw en een boek en een tijdschrift voor mij.

De wijn is van 2017 en de krant is van afgelopen weekend, over de jeugd van tegenwoordig. Het boek is van Bukowski: Run with the Hunter – a Charles Bukowski reader. Fijn, dan lees ik hem ook nog eens in het Engels. Bovendien staan er gedichten in. Daar heb ik al veel over gelezen, hij schrijft veel over zijn straalbezopen optredens waar hij zijn gedichten voorleest, maar zijn gedichten zelf heb ik nog nooit gelezen:

Confession

waiting for death
like a cat
that will jump on the
bed

I am so very sorry for
my wife

she wil see this
stiff
white
body

shake it once, then
maybe
again:

‘Hank!’

Hank won’t
answer.

it’s not my death that
worries me
it’s my wife
left with this
pile of
nothing.

I want to
let her know
though
that all the nights
sleeping
beside her

even the useless
arguments
were things
ever splendid

and the hard
words
I ever feared to
say
can now be said:

I love
you.

Ik sla het boek open en dit is dan het eerste gedicht wat ik nu gelezen heb. Is het niet prachtig? Het is een pareltje. Dat brengt mij op het tijdschrift: De Parelduiker. Mijn broer heeft het meegenomen vanwege een artikel over de totstandkoming van het hoorspel Het Bureau, naar het boek van Voskuil, en dat botst nog wel eens: ’Als Maarten Koning zo’n autoritaire draufgänger was geweest en niet de introverte, flegmatieke man, die zijn woede als hij die heeft opvreet, zou ik nooit een boek over hem geschreven hebben.’

Ik blader verder en lees hier en daar wat, over Havank (H. van der Kallen), over Carry van Bruggen, over het Oegstgeest van Joke Linders, met de Geversstraat waar F.B. Hotz woonde en de Deutzstraat van Jan Wolkers.

Een mooi stuk over Janwillem van de Wetering, schrijver van Grijpstra en De Gier en zenboeddhist. Er staan leuke foto’s bij, onder andere van zijn bezoek met Thera aan Madame Tussaud. Fuck de shit! Die foto ken ik! Die heb ik ook! Precies dezelfde foto, maar dan van mijzelf, met mijn eerste vriendinnetje! Ik sta op en loop naar binnen, pak mijn eerste fotoalbum uit de boekenkast. Het valt zo ongeveer uit elkaar, net als ikzelf, maar ik weet precies waar ik moet zijn, kijk dan:

1448

Ate en Ineke in Madame Tussaud, op precies dezelfde plek, bij Mao. Het is 1973, we hebben net verkering, we gaan naar Amsterdam, slapen in de sleep-in op de Rozengracht, zitten op de Dam en bezoeken Madame Tussaud. Het moet een foto van de fotograaf van Tussaud zijn, zo een die je later bij de uitgang koopt. Ik sta versteld. Wat is dit grappig, zo’n sprong in de tijd – 46 jaar! We bladeren nog wat verder terug door de bladzijden van weleer en dan kom ik die andere foto tegen.

Is gisteren al vervolgd: www.atevegter.wordpress.com/2019/6/19/1447

Ate Vegter, 20 juni 2019

 

Verzorgingshuis en Downton Abbey
www.atevegter.wordpress.com/248

1 Comment

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s