1996 Derk Vegter (1916-1985)

Vandaag, 8 december, is de geboortedag van mijn vader. Vroeger was het zijn verjaardag met kisten sigaren en flessen wijn, maar sinds zijn sterfdag op 12 oktober 1985 is zijn verjaardag zijn geboortedag. Zo vertelt de taal haar eigen verhaal. Wat weet ik nog van mijn vader. Hij is nu al langer dood dan ik hem gekend heb en dat wordt alleen maar erger.

Aan de andere kant maakt het voor mij niet zoveel uit of hij in Rotterdam zit in de woonkamer in zijn hoekje met een sigaar en een glas wijn of dat hij dood en begraven ligt op Crooswijk, bij mijn moeder. In mijn hoofd leven ze samen gewoon door en blijven de herinneringen levend als altijd. Er komen alleen geen nieuwe bij. Geen hartvochtige taferelen van twee negentigjarigen die uit elkaar gescheurd worden omdat een van hen naar een verpleeghuis moet en de ander niet mee mag. In wat voor samenleving leven wij, dat dat niet kan? Is daar geen geld voor? Gelukkig komen er geen nieuwe herinneringen bij. Het verhaal van hun leven is klaar en het is mooi geweest.

Ik zie hem nog zo voor mij in zijn witte overhemd, terwijl hij met dozen wijn heen en weer loopt tussen de garage en de Opel Olympia. Jammer dat hij niet in een Volvo kattenrug rijdt in die tijd maar daar kan niet zoveel in als in een Opel, dat komt pas later. Ik zie hem de laatste etalagematerialen in de auto leggen, plastic druivenranken, wat Chiantiflessen en wat ezeltjes met kleine flessen Chianti op hun rug.

‘Waar gaat u naartoe,’ vraag ik, want iedereen zegt in die tijd nog u tegen zijn ouders. ‘Naar de grote grijze wolf,’ zegt hij dan, want dat zegt hij altijd als ik hem vraag waar hij heen gaat, ook wanneer ik wel weet dat hij naar de kerk gaat, omdat het zondag is. ‘Mag ik mee?’ Ik mag bijna nooit mee. ‘Als je snel bent en zeg het even tegen moe, want ik ben direct weg,’ zegt hij nu. Ik ren naar mijn moeder en weer terug en stap naast hem in de auto. Hij start de motor en rijdt soepel weg. We zwaaien nog naar moe, die hoofdschuddend achter het raam staat. ‘Waar gaan we heen,’ vraag ik weer, hoopvol als altijd. Mijn vader kijkt even opzij en glimlacht: ‘Waar denk je dat de grote grijze wolf woont, Binky?’ Ik heb geen idee, maar weet nu al dat het een strikvraag is. ‘In Dieren natuurlijk!’ en voluit klinkt de lach van mijn vader door de auto terwijl hij mij de kaart aangeeft: ‘Zoek het maar even op, dat kun je best!’ Even later begint hij al te zingen.

Ate Vegter, 8 december 2020

nog een stukje:
www.atevegter.wordpress.com/996

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s